Het wijndorp

Niettemin is Wezemaal bekend als wijndorp. Het dankt deze titel aan de bloeiende wijnteelt in de eerste helft van de 19de eeuw. Het historisch onderzoek toonde aan dat J.F.Audoor de grondlegger was van de 19de-eeuwse wijnbouw. Op een gegeven moment bekomt deze hoofdgriffier aan het hooggerechtshof in Brussel de toestemming van de hertog van Ursel, eigenaar van de gronden op de Wijngaardberg, om er wijngaarden aan te leggen. Om met kennis van zaken een wijngaard op te starten had Audoor een ervaren wijngaardenier nodig. Die vond hij in Hoei, waar de wijncultuur nog niet verdwenen was, in de persoon van Jean Théodore Wéry. Die was toen 21 jaar en samen met zijn vrouwen ééjarig zoontje verhuisde hij naar Wezemaal. In 1817 had de wijngaard reeds een oppervlakte van 6 ha. De wijngaard werd nog verder uitgebreid.
 Volgens de kadastrale legger van 1834 waren er twee wijngaardpercelen op de Wijngaardberg, samen ongeveer 32 hectare groot. Op de kadastrale kaart uit 1852 treffen we eindelijk het toponiem 'Wijngaerdberg' aan. Vermeldenswaard is ook dat de wijngaard in 1828 niet minder dan 325 hectoliter wijn opbracht.

Een ander noemenswaardig feit is het bezoek op 29 juni 1829 van Willem I, koning der Nederlanden, aan de Wezemaalse wijngaard. Ook Leopold I is de wijnbouw niet ongenegen, wat maakt dat er buiten het toonaangevende Wezemaal, elders in de toenmalige provincie Brabant, enkele kleine wijngaarden bijkomen.

Omstreeks 1845 werd erachter deze bloeiende wijnteelt plots een punt gezet. Waarom is niet exact geweten. In 1847 en nadien nog in 1851 kochten de trappisten van Westmalle in totaal 3700 wijnstokken. Het ging hier duidelijk om een liquidatie en uitverkoop. De verlaten percelen werden nadien met dennebomen beplant.

Iets meer dan 30 jaar heeft de wijncultuur dus zijn landschappelijke stempel gedrukt op Wezemaal, dit merkwaardig Hagelands wijndorp. Stille getuigen zijn de nog steeds zichtbare terrassen op de zuidflank en de resten van de unieke ijzerzandstenen wijnmuur op de heuvelkam.